woensdag 19 september 2012

Nee-Nee


Vanaf dat de kinderen kruipend op ontdekkingstocht gingen heb ik heel vaak nee-nee gezegd. Eén keer het woord zeggen had blijkbaar niet het gewenste effect, of het klonk gewoon botter. Twee keer hielp wel. Soms keken ze schalks naar mij of ik het echt meende en soms moest ik het wat krachtiger zeggen maar ze bleven af van waar ze niet aan mochten komen. Breekbare dingen of stopcontacten, een huis is barstensvol met dingen waar kleine vingertjes beter niet in aanraking mee komen. Dat staccato gidsen van wat wel of juist vaker niet mocht werd aangevuld met ‘bah’, vooral als ze zo’n verboden voorwerp ook nog eens met hun mond wilden onderzoeken. Of ‘auw’ als ik wilde voorkomen dat ze zich aan de radiator brandden.
Je zou dus zeggen dat ik met het opvoeden van vier koters wel heb geleerd om nee te zeggen. Helaas blijkt dat niet zo te zijn, hoewel het wel verbeterd is. Voordat zij er waren kon ik het vaak niet eens over mijn hart verkrijgen om verkopers af te poeieren. Ooit was ik in een Spaans appartement waar een man aanbelde die kaas en worst verkocht. Ik kreeg een stukje te proeven voor ik het wist, en, het ergste is dat ik het walgelijk vond smaken maar toch een (peperduur) stuk van hem kocht.
Ook met mensen die dichter bij mij staan dan willekeurige verkopers heb ik regelmatig vertwijfeld gedacht waarom mijn mond iets anders uitbracht dan mijn gevoel van binnen zowat schreeuwde. Dat ging als het ware vanzelf, dat ik ja zei terwijl ik hartstikke hard nee bedoelde.  
Uiteindelijk leerde ik het wel. Vooral omdat er weinig zo vervelend is als met iets opgezadeld te worden dat je helemaal niet hebben wil. Misschien ken je het wel: “Deze …. (vul zelf maar in) doe ik weg maar eigenlijk is het zonde om weg te gooien. Is het wat voor jou?” En terwijl je krampachtig zoekt naar een tactvol excuus wordt er achteraan gezegd “het is echt iets voor jou, moet je kijken hoe mooi het is/ hoe goed het bij je ogen staat”. Okay, krijgertjes krijgen zijn vaak niet zo erg als voor klusjes worden gevraagd. Omdat ik aan huis werkte en dus vaak thuis was, werd er door buurvrouwen ook regelmatig gevraagd of ik even twee tellen op hun kroost wilde letten of uit school wilde halen. Eén buurvrouw presteerde het zelfs om te vragen of een koper van iets dat ze via Marktplaats aan had geboden bij mij het betreffende ding op kon halen, want… ze wilde zelf even een tukkie doen omdat ze zo moe was.
Eigenlijk is het vaak niet zo’n punt om een ander even uit de brand te helpen maar ik kan er niet zo goed tegen als dat mij teveel aan banden legt. Ik kan er helemaal niet zo goed tegen om überhaupt aan banden te worden gelegd. Tot ik wat meer geleerd had dat te uiten gebeurde het wel dat ik de deur opendeed omdat er aangebeld werd en dat er een buurvrouw van het vorige huis voor de deur stond met haar oude vloerkleed. Dat vond ze zo goed in mijn kamer passen, het zag er inderdaad iets beter uit dan het oude kleed dat ik zelf had maar ik wilde haar kleed helemaal niet. Ik zal wel uitgestraald hebben dat ze mij een plezier er mee deed want voor ik het besefte had ze het uitgerold onder mijn salontafel en zat ze tevreden aan een kop thee hier. Korte tijd later had ik gelukkig zelf iemand anders kunnen overtuigen dat dit kleed precies bij zijn interieur paste en die van hem beter bij de mijne, waarna we omgeruild hebben. Toen zat ik tevreden aan de thee. Hij heeft het kleed overigens niet lang gehouden en het gewoon bij de vuilnis gedumpt toen hij een nieuwe kocht.  Nog wat later bereikte ik het punt dat ik zelf een vloerkleed in een winkel uit kon zoeken en daar ben ik nog steeds heel erg blij mee. Het was in de Trendhopper, daar laten de verkopers je heerlijk met rust.
Nee, het dringendst heb ik Nee leren zeggen toen het recyclen van papier op een parttime baan begon te lijken. Nooit eerder dan hier in Zoetermeer had ik zulke karrenvrachten folders en andere ongevraagde reclame in de bus gekregen. Het stomste was dat ik ze ongelezen door kon schuiven naar de oud-papierbak. Ik heb dan ook een Nee-Nee sticker op de brievenbus want ook de huis-aan-huisbladen zijn aan mij niet besteed. Telefoongidsen hoef ik ook niet meer nu alles op internet veel gemakkelijker te vinden is. Voor die bezorgers geldt de sticker geloof ik niet maar als ik ze ‘betrap’, wat vrij makkelijk is als ik thuis ben want zo’n boek valt met een enorme klap op het luik dat onder de deurmat zit, dan pak ik het op en geef het terug aan ze. Nou ja, een keer wilde ik het geven en werd het zowat een omgekeerde touwtrekkerij omdat het bezorgd moest worden, dus sindsdien leg ik het stiekem terug op hun postkarretje. 

donderdag 13 september 2012

Oeps!


Al maandenlang ben ik trouw op woensdagavonden hier aan het bloggen en op zondagen in mijn andere blog. Op dat andere blog ben ik, nu ik aan het verhuizen ben, dagelijks aan het bloggen, omdat het mij wel leuk leek om bij te houden hoe ik (psychologisch verantwoord!) het ene huis ontdoe van alles dat er niet in hoort te blijven en het andere huis opknap. Daarbij volg ik ook een ontzettend interessante minor momenteel, Brain & Cognition. Dat is een interdisciplinaire minor van Sociale Wetenschappen, Geesteswetenschappen, Biomedisch en het LIBC. Om het plaatje compleet te maken ben ik eind augustus met een online studie begonnen van Coursera. Die gaat over Machine Learning. Een lekkere “doe” studie waarbij je leert om algoritmen te programmeren waardoor de computer zichzelf dingen aan kan leren.
Oh! Ik zou dit in een andere volgorde moeten schrijven want het wordt aangeraden naast de minor, die meer voltijds is dan ik ooit bij psychologievakken heb meegemaakt in de afgelopen jaren, niets anders te doen. Maar ja, Machine Learning begon gewoon pas eind augustus. Het duurt ook “maar” tien weken, en de studielast is slechts tussen de 5-7 uur per week. Als je programmeer ervaring hebt. Dat is overigens niet vereist, staat er nadrukkelijk bij. Ik vond het goed passen bij wat ik weten wil van de hersenen. Als je de vakliteratuur moet geloven ben je met Machine Learning namelijk ondermeer veel beter in staat om bepaalde data boven water te krijgen. Data-mining. Verder zou je er, denk ik, voor cognitieve psychologie veel mee kunnen doen. Ik vertel daar later wel meer over.
In ieder geval ben ik lekker van de straat momenteel. Op 5 september j.l. kreeg ik namelijk ook de sleutel van een nieuwe woning. Omdat nu ook mijn jongste, nog thuiswonende dochter met studeren is begonnen leek het mij verstandig om de huur van ons huidige huis per 15 oktober pas op te zeggen. Na het ondertekenen van het contract togen we samen naar het nieuwe huis waar we even wat behang afgescheurd hebben. Even, want ik kreeg een naar bericht waardoor we meteen weer weg gingen daar. Dat nare bericht liet mij tot de volgende dag met een vreemd verdoofd gevoel doorbrengen, waardoor het mij beter leek om een dagje niet naar Leiden te gaan. Vrijdag pakte ik de draad weer op en viel midden in een nieuw vak van de minor.
Praktisch bezig zijn helpt mij vaak om mijn hoofd weer leeg te maken en ’s nachts te kunnen slapen. Nou, praktische zaken zijn er nu ook genoeg dus het hele weekend lekker buiten in de tuin bezig geweest. ’s Avonds weer even met Machine Learning aan de slag, dit keer de eerste programmeer-opdrachten. De eerste ging goed maar de tweede helemaal niet. Daardoor kwam ik ook niet aan de volgende toe. De volgende dag nadat ik thuis kwam van de minor weer een paar pogingen gedaan, met het idee van de deadline hijgend in mijn nek. Intussen was op de minor duidelijk geworden dat ik topo moet gaan leren. Van het brein wel te verstaan. Er zijn 66 structuren die we moeten kennen. In de colleges is het goed te volgen maar het zelf produceren, zonder bijgaande labels, is een stuk lastiger. Ik besloot Machine Learning daarom op een zachter pitje te zetten. Dan maar geen certificaat, de studiepunten van de minor heb ik immers meer nodig.
Ik vond het heel wat van mezelf, iets zo maar loslaten. Vooral iets dat ik zo leuk vind. Maar ja, je moet soms keuzes maken. Dat loslaten werd de volgende dag weer ongedaan gemaakt. Ik kreeg namelijk bericht dat er door problemen met de server twee dagen aan de deadline waren geplakt. Na slechts één dagje ‘los’ was ik dus weer op het forum daar aan het struinen. Ik vond een groepje medestudenten uit België en NL en vroeg hen te hulp over waar ik vastliep. Vandaag kreeg ik een respons van een Nederlandse Hans die mij vroeg waar ik precies mee vast liep. Om hem zo volledig mogelijk te kunnen beantwoorden deed ik nogmaals de oefening waar het van de week steeds mis was gegaan. En, toen ging het wel goed. Ik zal je niet vervelen met wat ik verkeerd had gedaan. Overigens kreeg ik wel een foutmelding van Windows maar dat gebeurt wel vaker. Omdat ik nu toch een helpend handje leek te hebben gevonden vroeg ik meteen wat er met de volgende oefening precies van mij verwacht werd. Ik was natuurlijk gisteravond al begonnen met de video’s van de colleges opnieuw bekijken maar was dat nog niet tegen gekomen. Soms is een aanwijzing net even wat je nodig hebt.
Gisteren overdag was dat ook het geval, toen ik via het digitale loket van de gemeente mijn adreswijziging door ging geven. Een paar keer had ik het al geprobeerd maar de website schoot van pagina 1 naar pagina 3 en de betreffende formulieren flitsten alleen kort over mijn scherm zonder te blijven staan. Nu heeft die website ook de mogelijkheid om met een medewerker te chatten, waar ik dan ook meteen gebruik van heb gemaakt. Zij vroeg mij het nog eens te proberen en het idiote was dat het toen wel werkte. Misschien, heel misschien, heb ik momenteel een beetje weinig geduld. Jullie hopelijk meer. Vandaar dat ik een dag later dan gebruikelijk mijn blog alsnog durf te publiceren. 

woensdag 5 september 2012

Dichtbij


Je kunt het niet zomaar verplaatsen zonder kop(je) eromheen en je kunt ook niet zonder. Rara, wat is dat? Je brein natuurlijk! Misschien wist je het al maar ik dacht dat het een wat stevigere substantie zou zijn. Als je hersenen uit een schedel haalt is het echter een blubberige drek, althans, dat zegt de professor die ons nu al zes uur probeert wegwijs te maken in de topografie van het brein (en het centraal zenuwstelsel in het geheel), oftewel Neuro-anatomie. Gelukkig is het tot nu toe boeiend om naar hem te luisteren, want hij is nog niet klaar met zijn verhaal.
Maar, ik heb ook het idee dat ik er op dit moment toch ook even klaar mee ben. Ik bedoel, eerst leek het mij enorm interessant om straks in de snijzaal een echt brein te kunnen onderzoeken. Een soort van doktertje spelen, want je hebt er zelfs zo’n witte jas voor nodig (anders krijg je een wegwerpjas maar dat is niet zo echt). Ik had een geromantiseerd beeld door Grey’s Anatomy, moet ik bekennen, waar de knapste vent van de cast de hersenchirurg Derek is. Zelfs het andere karakter in die serie, de blonde Izzy die nog aan het leren is om arts te worden heeft met behulp van een (gewone DHZ) boormachine tijdens een grootschalig ongeluk iemands brein gered, door koelbloedig met behulp van telefonische aanwijzingen van een expert een gaatje in een schedel te boren. Zolang het verzonnen verhalen, plaatjes of filmpjes zijn kun je meestal wel de nodige afstand bewaren. En het zal zeker van persoon tot persoon verschillen. Als kind was ik eens in Oostenrijk op vakantie waar ik onverwachts met de aanblik van een opengereten, pas geslacht varken werd geconfronteerd. Het heeft minstens een paar dagen geduurd voordat ik weer vlees wilde eten. En nog, ik moet er niet teveel bij nadenken want dan gaat het ten koste van mijn eetlust.
Psychologen worden geacht om een groot inlevingsvermogen in anderen te hebben. Dat wil zeggen, niet zonder voldoende afstand te houden. Professionaliteit wordt dat genoemd. Van artsen en andere mensen in de gezondheidszorg wordt min of meer het zelfde verwacht. En van politiemensen, brandweerlieden en ambulancemedewerkers.
Vanmorgen liep ik tegelijk met een groepje studenten door de draaideur van het LUMC. Een meisje van dat groepje verkondigde stoer haar ergernis over dikke vertraging gisteren doordat er iemand voor de trein gesprongen was. Een ander van dat groepje zei dat ze een oproep moesten doen om te protesteren tegen dit soort dingen. Ik kan mij voorstellen dat het hen helpt om met een bepaalde houding met dit soort gebeurtenissen om te gaan maar kan er niet omheen dat ik geschokt ben door het per ongeluk aanhoren van diezelfde houding. Vooral omdat ik vandaag een kort stukje las over dat wij als welvaartsstaat zo slecht omgaan met onze depressieve medemens (bron: Scheurkalender Psychologie).  Heel veel mensen die depressieve  episoden hebben gekend moeten het daarna zelf uitzoeken. Met heel veel steun in de omgeving is een depressie misschien nog enigszins dragelijk. Hoeveel consideratie kun je echter hebben zonder jezelf te verliezen als steunende partij? Depressies zijn namelijk zondermeer deprimerend, ook voor de omgeving.
Nee, geef mij nu maar liever de cursus Machine Learning dan de medische wereld. Daar is maakbaarheid te vervatten in bondige algoritmes. Computers en robots hebben geen gevoel, behalve dat wat je erin stopt. Maar wie weet hoe dat verder zal gaan in de toekomst. Machine Learning gaat namelijk om Artificial Intelligence (AI) dat zelflerend is, zonder dat het zo geprogrammeerd is. Het leert van zijn eigen pogingen, al zijn dat er duizenden of zelfs miljarden, iets waar wij als mens zelden het geduld voor hebben. Misschien komt de dag dat de schaakcomputer gefrustreerd de stukken van het bord veegt omdat hij niet kan winnen.
Maar, als ik het echt mag zeggen, mag Machine Learning nu ook wel weer even op pauze. Ik ben namelijk de afgelopen dagen weer op de fiets naar Leiden gegaan. Gisteren nam ik op de terugweg spontaan een toeristische route, in plaats van door te jakkeren om snel thuis te zijn. Het was zomers warm en ik heb lekker gepauzeerd op een bankje op een heel mooi stekkie aan de rand van een weiland. Hier en daar een huis of boerderij en verder alleen weidsheid en weidedieren te zien, met af en toe een vlinder. Mezelf nog even wanend in het zomervakantiegevoel het studeren moeiteloos op afstand houdend. Ergens tussen Leiden en Zoetermeer.